IJzerwake - IJzerbedevaart - Een vergelijking

Datum: 
Zondag, 31 Augustus 2008

ijzerwake1

Mijn verhaal begint op de bus, nou ja, echter eerst na het oprispen van de besmettelijke ziekte die endemisch zich heeft genesteld in de Vlaamse Beweging...te laat zijn, treuzelen. We moesten een half uurtje wachten eer dat vervloekte voertuig verscheen, en wel nadat de verantwoordelijke er in geslaagd was zijn auto aan de praat te krijgen, om de bus te gaan zoeken. Hortend begon inderdaad de dag, alhoewel het wachten in een mum verstreken leek, wanneer je halfwakker in de bus zit te luisteren naar het eindeloze gebrabbel van je buurman.

Eindelijk kom je dan aan te Steenstraete, en begin je te flaneren, met de paraplu in de hand, beducht voor de voorspelde regenwolken. Het oud geasfalteerd paadje buigt lichtjes naar beneden, zodat je in die diepte, naast de rivier, het allegaartje Vlaams-Nationalisten ziet samenklitten, drommen en trekken naar de weide waar de Ijzerwake zal plaatsvinden. Vlaggen, veel vlaggen. Je flaneert over de weide, een keertje heen en een keertje terug, met enkele KVSV’ers in je zog, besluit dan maar naar het tentje te gaan met het bordje “Propagandastandjes”. In de hoek, veilig verborgen voor de oppervlakkige zoekers, liggen enkele beduimelde boekjes, pareltjes soms, te koop. Je kan niet weerstaan en koopt er enkele, met een zwak voor de oudste en stoffig vergeelde dunne exemplaartjes, die je aan staan te staren, als oudjes, berustend in hun lot.

De aard van het Vlaamse weer heeft zich over de jaren hardnekkig vastgezet in de gedragingen van de Verbonders, druppelsgewijs kwamen ze opdagen op de weide, terwijl aan de hoge horizont regenwolken dreigden. Hartelijk handengeschud en beleefd vragen naar de herexamens met ietwat ontwijkende antwoorden als het gevolg. Er was een goedgevulde opkomst van de drie afdelingen, met een verbazend groot deel Gentenaren in de weidse Westmarken.

Na de mis beginnen de toespraken. Vlammend, hevig, een vurig tegengewicht voor het sombere weer. Het weer is pesterig, wispelturig en onvoorspelbaar als de massa van het oude Rome. De zon geeft haar bijval door een schuchtere straal, soms werd ze overstemd door de joelende wolken, die hun afkeer laten merken in venijnige buien. Een van de rode petten klaagt om bier, maar op dit punt geeft de organisatie blijk van een goede kennis van de aard van haar publiek: de dranktentjes waren tijdens de toespraak gesloten, en
iedereen bleef maar naar de toespraken luisteren. Vlaggen, veel vlaggen drommen samen rond het podium, om het te vullen tot een kleurrijk klappend klappende en flapperende menigte, onder het plechtstatig gebulder van de nationale liederen.

Na de plechtigheid trekt de massa naar de grote tent. “Bier Her!” klinkt het onder de Verbonders. Enkelen, die het wat te benauwd vinden worden onder de koepel, trekken zich terug op de weide, om de al reeds van wolken zwangere lucht toch nog te bezwaren met wijze woorden en gedachten.

Terug op de bus, thuis. Enkele dagen later, zegt m’n moeder: “Ja die Mr. Z. (M’n gebuur in de bus, die reed met ons mee), die is wel een zeer emotioneel mens hoor.” – “Hoe dat zo?” – “Toen die massa vlaggen op het podium kwam, ik zag hem van de zijkant, ik kon het ook niet geloven, rolde er een traan over zijn wangen.” – “Echt waar?” (Vast verkeerd gezien, ach moedertje toch.) “Hmm...vast het weer ma, een regendruppel of zo...”

ijzerbedevaart1

Een van de vaardigheden waar de mens het meest in bedreven is, en waarin men vaardiger wordt naarmate de tijd verstrijkt, is zelfbedrog. Men gaat een gebeurtenis tegemoet, waarvan men steen en been heeft horen klagen, maar op de een of andere manier slaat men alle negatieve tijdingen in de wind. Door onverklaarbare mechanismen van de geest vormt men ongrijpbare drogredenen die het geheel moeten ontkrachten, want “Als wij zélf maar komen zal het wel niet zo erg zijn.”.

Op 31 augustus trok het Verbond en enkele enthousiaste jongelingen van het KVSV weder westwaarts, ditmaal naar de moderne kathedraal van de Vlaamse Beweging, en de herdenking rond dit monument, de Ijzerbedevaart, omgedoopt tot “Diksmuide, Ijzersterk”. Het was enkel aan de grootste cynici besteed op te merken, bij het binnengaan van de weide, dat deze nieuwe naam een toch maar lauw mopje in zich verborg, en dat ijzer natuurlijk niets te maken had met het sterke metaal, maar met het riviertje dat toevallig dicht in de buurt voorbij kabbelde. Maar na deze, en andere onzinnige muizenissen –waar denkt een mens immers anders aan als hij in een rijtje staat aan te schuiven – na deze gedachtengangen slaagde de bekende groep de weide te
betreden.

Eerst werd duidelijk gemaakt, op weliswaar vriendelijke doch dwingende wijze, dat de vlag met de Dietse kleuren maar niet mocht meedoen met de vlaggenparade.De ongelukkige van dienst had zelfs niet eens de intentie gehad in de parade, geschikt voor grotere vlaggen, mee te lopen. Het deed ons de wenkbrauwen fronsen. De zon had er een laatste krachtinspanning voor over op deze late zomerdag, de mensen te koesteren in haar stralen, en deed de weiden rondom de trotse toren zingen. Na verloop van tijd echter begonnen er bij enkele Verbonders symptomen op te duiken van iet of wat oververhitting, of verwar ik me dat met het reeds rijkelijk geconsumeerd bier dat in menige geest haar intrede deed. In ieder geval hoorde men -boven de bezielde redevoeringen heen – de hersenen van enkele Verbonders koken, en dit proces had een geschikte bakpan gevonden, namelijk de comfortabele wijnrode pet van de Verbonder.

Na een plechtige eucharistieviering trok men zich terug op de plek waar een met krijt beschreven kleine, maar interessante mededeling stond: Jupiler 1 Euro. Tijdens het gezellig keuvelen kreeg menig verbonder een heuse schrik te verwerken toen er -lag het nu nou aan dat bier of niet? – toen er een stoet wankelende straattheatralen, verkleed als insecten en begeleid door vuurwerk, hun intrede door de straat deden. En weer fronsten we onze wenkbrauwen.

En dan nog de Wake, eeh sorry... Bedevaart ,... het gebeuren zelf. Buiten de “Vlaamse Leeuw” en “Gebed voor het Vaderland” vielen er geen traditioneel nationalistische liederen te bespeuren en toen sommigen onder ons begonnen te mompelen toen W. Vermandere op het podium zijn ding deed, kregen we nijdige blikken uit de met gaten gevulde massa te verwerken. Waarschijnlijk moesten we oppassen voor hen die hier begraven lagen, het kon toch niet zijn dat we hen zouden verstoren in het luisteren naar het concertje,
dat voor hen werd opgevoerd en waarvoor ze tenslotte hebben gevochten en voor zijn gestorven? In ieder geval vermag ik niet een oordeel te vellen, maar voor de aardigheid tot slot een klein geciteerd gesprekje, om het geheel te typeren. Bij het zien van een vliegtuigwrak beschilderd in felle kleurtjes, X.: “Wat een bende, precies het Woodstock van het Westen.” Daarop Y.: “Ja maar de generatie die op Woodstock gezeten heeft, zit hier ook toch, dus...”


Raf Praet v. Raffen, Ab-Actis KVHV Gent 2008-2009